Hoe pas je NeuroMusculaire Elektrostimulatie (NMES) toe?

De precieze manier om Neuromusculaire elektrostimulatie (NMES) toe te passen verschilt per stimulator. Iedere stimulator werkt alleen wel met de volgende concepten: frequentie, amplitude en pulsbreedte.

Ben je eerst eens je benieuwd bent naar wat elektrostimulatie eigenlijk is? Lees voordat je elektrostimulatie gaat toepassen altijd eerst de handleiding van je stimulator en kijk eerst ook eens naar de contra-indicaties voor elektrostimulatie.

electric signal

Frequentie

Bij Neuromusculaire elektrostimulatie (NMES) staat de frequentie voor het aantal pulsen dat per minuut wordt toegediend. Wanneer de frequentie wordt verhoogd, wordt ook de sterkte van de spieraanspanning en daarmee het geproduceerde EMG-signaal verhoogd. Het verschilt per stimulator welke frequentie kan worden ingesteld. In sommige apparaten is er alleen een standaardfrequentie die niet kan worden veranderd, andere stimulatoren bieden de mogelijkheden om de frequentie binnen een bepaald bereik in te stellen. Bijvoorbeeld tussen de 0 en de 70 Hz (Hz=Hertz; aantal pulsen per seconde). De frequentie die wordt gebruikt voor vloeiende spieraanspanningen is meestal zo’n 20 tot 50 Hz. Een te lage frequentie leidt ertoe dat een beweging schokkerig wordt en bij een te hoge frequentie wordt de stimulatie te pijnlijk.

De Pulsbreedte

Pulsbreedte slaat in het geval van NMES op de tijdsduur waarop iedere groep aan stimulatiepulsen wordt ingesteld. Dit wordt meestal ingesteld in microseconde (µs), maar soms ook in milliseconde (ms). Bij de meeste stimulatoren is de pulsbreedte zo’n 200-300 µs. Een korte pulsbreedte kan prettiger aanvoelen, maar een langere pulsbreedte heeft weer als voordeel dat meer motorneuronen worden aangestuurd, wat ten gunste komt aan de spieraanspanning.

 

De Amplitude

Bij neuromusculaire elektrostimulatie staat de Amplitude voor de sterkte van de stimulatie. Deze wordt gemeten in Milli Ampère (mA). De amplitude bepaalt hoe diep de stimulatie komt en daarmee hoeveel motoneuronen er worden gestimuleerd. Dit bepaalt vervolgens weer hoe sterk de spieraanspanning wordt. De frequentie, pulsbreedte en amplitude vormen samen de intensiteit van de stimulatie. Een gelijkende intensiteit kan dan ook worden verkregen door bijvoorbeeld de pulsbreedte te verhogen en tegelijkertijd de amplitude te verlagen. Hier aanpassingen in maken kan er soms voor zorgen dat ongeveer hetzelfde effect wordt bereikt, maar dat het voor de patiënt beter aanvoelt.

Welke instellingen zijn geschikt voor Neuromusculaire Elektrostimulatie?

Waarschijnlijk zullen de toepasbare instellingen ook in de handleiding van je neuromusculaire elektrostimulator te vinden zijn. Doorgaans werkt het voor mij het beste om eerst de frequentie (tussen 20 en 50 Hz) en de pulsbreedte (200 a 300 µs) in te stellen en vervolgens de amplitude te verhogen. Het kan sterk per persoon verschillen welke amplitude nodig is voor een goede stimulatie. Bouw dit rustig op: begin voor kleine spieren bijvoorbeeld op 5 mA en verhoog dit telkens met een paar mA. Voor grotere spieren, zoals de beenspieren die zorgen voor het strekken van de knieën, kun je hoger beginnen, bijvoorbeeld op 10 mA. Zorg er wanneer je elektrostimulatie toedient ook altijd voor dat het ledemaat dat je stimuleert niet kan overstrekken. Dit kun je bijvoorbeeld doen door het vast te zetten. Zorg er bij neuromusculaire elektrostimulatie daarnaast voor dat de toediener alert is en de stimulatie op ieder moment kan uitzetten.

In sommige gevallen kan het handiger zijn om een andere frequentie, pulsbreedte of amplitude toe te passen. Zo kan een lagere frequentie van 1 tot 10 Hz bijvoorbeeld beter werken wanneer een spier te snel vermoeid raakt en het niet de bedoeling is om vloeiende bewegingen te maken.

Een lagere pulsbreedte, tussen de 50 µs en 200 µs, zorgt er juist voor dat er niet al te diep wordt gestimuleerd en dat de neuromusculaire elektrostimulatie comfortabeler kan aanvoelen. Dit kan handig zijn wanneer kleine spieren die dichtbij de huid liggen moeten worden gestimuleerd. Een hogere pulsbreedte (350-500 µs) kan juist weer handig zijn bij grote spieren. Het veranderen van de pulsbreedte leidt ertoe dat de intensiteit van de beweging verandert. Dit verschil kan in enige mate worden gecompenseerd door de amplitude te veranderen.

Wanneer het niet zozeer je doel is om de spieren echt bewegingen te laten uitvoeren, maar om bijvoorbeeld pijn te bestrijden, zijn andere instellingen nodig. Hierover kun je meer lezen op de pagina over transcutane elektrische neurostimulatie (TENS) voor pijnbestrijding.

Grootte van de elektroden

Het volgende gaat over elektrostimulatie op de huid, ook wel Transcutane Elektro Neuro Stimulatie (TENS) genoemd. Dit is een vorm van Neuromusculaire elektrostimulatie. Informatie over inwendige stimulatie wordt later aan de website toegevoegd. Welke elektroden u nodig heeft hangt af van de grootte van de spier die u gaat stimuleren. Gaat u een spier stimuleren die klein is, bijvoorbeeld een van de arm-/handspieren, dan heeft u ook kleine elektroden nodig zodat u de nabije spieren niet mee-stimuleert. Voor grotere spieren is het dan ook juist handig om grote elektroden te gebruiken. Enerzijds kan zo een groot deel van de spier worden gestimuleerd, waardoor zoveel mogelijk spiervezels worden betrokken in de stimulatie. Daarnaast kan de toegediende elektriciteit beter worden verspreid bij een grotere elektrode. Dit zorgt ervoor dat er bij een gelijke intensiteit een comfortabeler gevoel zal voortkomen wanneer er een grote elektrode wordt gebruikt dan wanneer er een kleine elektrode wordt gebruikt. De elektriciteit wordt namelijk verdeeld over het oppervlak, dit is waarom een stimulatie pijnlijker kan worden wanneer een elektrode half loslaat: er gaat dan een dubbele hoeveelheid stroom door iedere gestimuleerde vierkante centimeter aan huid.

Hoe kunnen elektroden het beste worden bevestigd?

Bij TENS kun je gebruik maken van zelf-plakkende elektroden of van rubberen elektroden. Door gebruik te maken van een strakke flexibele band of tape en de elektroden eventueel in te smeren met contact gel kunnen niet-plakkende elektroden op de huid worden bevestigd. Doorgaans worden elektroden voor de hygiëne voor één persoon gebruikt. Zelf-plakkende elektroden kunnen hun plakkracht vrij snel verliezen. Voor alle elektroden is het belangrijk deze na gebruik af te spoelen met water en terug te plaatsen op het folie waarop ze worden geleverd. Dit kan ook zorgen voor het behouden van de plakkracht. Daarnaast kan een alcoholbadje helpen de elektroden hygiënisch en plakkerig te houden. Eindelijk eens goed nieuws over alcohol.

Positie van de elektroden

De precieze positie van de elektroden is bij TENS ook van groot belang, zeker bij de kleinere spieren. Wanneer de buik van de spier niet goed of niet geheel wordt gestimuleerd, is er een grotere intensiteit nodig voor hetzelfde effect, als dit effect al gehaald kan worden. Zorg er daarom voor dat de elektroden altijd goed zijn geplaatst door te proberen een zo groot mogelijk deel van de spier te stimuleren maar niet op de pees van de spier te gaan stimuleren. Deze suggesties zijn deels op literatuur en deels op eigen ervaring gebaseerd en kunnen per persoon verschillen. Deze verschillen bestaan onder andere omdat de spieren en zenuwen bij iedereen weer net iets anders kunnen lopen, maar kunnen ook voortkomen uit beschadigde zenuwbanen of andere aan ziekte gerelateerde omstandigheden.

Soms geeft de handleiding van je neuromusculaire elektrostimulator ook tips voor het toepassen van stimulatie. Houd er rekening mee dat deze, tenzij anders is vermeld, zijn gebaseerd op de anatomische positie. Dat wil zeggen, de positie waarin in neutrale houding rechtop staat, met de handpalmen naar voren. Verder dien je ervoor te zorgen dat de geleiding tussen de elektrode en de huid goed is. Zorg ervoor dat er geen substanties op de huid zitten. Een overmaat aan haar kan geleiding tegenwerken, maar het is lang niet altijd noodzakelijk om haren te verwijderen.

Elektrostimulatie hoeft niet per se neuromusculair te zijn. Het kan bijvoorbeeld ook worden toegepast op het ruggenmerg voor pijnbestrijding of het herwinnen van functie bij een dwarslaesie. Via de link kun je meer lezen over ruggenmergstimulatie, ook wel bekend als epidurale stimulatie.

Indien je vragen, opmerkingen, tips of iets anders te melden hebt, laat dit dan vooral weten door een reactie achter te laten of te mailen!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *